Een onvergetelijke ervaring.

                                                  

Een klein moederloos beertje. Een oudere, eenzame beer. Twee jagers in het bos. Het leven. Gezien door de ogen van een beer. Dat is in het kort het verhaal van de film The Bear van de regisseur Jean-Jacques Annaud uit 1988. Hij heeft deze meesterlijke film gemaakt in de wilde natuur met nagenoeg geen menselijke dialogen. Fragmenten uit deze film stonden me bij toen ik voor de eerste keer naar British Columbia ging en daar opeens een zwarte beer in zijn natuurlijke omgeving zag. Gelukkig aan de overkant van de rivier. In de jaren die daarop volgden, heb ik tientallen zwarte beren gezien, soms ook met jong. In al die jaren heb ik maar 3x een grizzley beer gezien, groot en majestueus in zijn omgeving. Elk jaar in september, met de winter die daar al op de loer ligt en de beren die zich voorbereiden op hun winterslaap, ga ik naar het gebied van de onvergelijkbare Skeena in het noordwesten van British Columbia. Ik ga niet voor die beren, nee, ik ga voor een ander dier - een vis – waar die omgeving ook bekend staat. De wilde steelhead!

Gewapend met een aantal vliegenhengels en –reels, vliegen en lijnen, een waadbroek en natuurlijk voldoende warmte- en regenkleding, trek ik elk najaar met een klein groepje enthousiastelingen de ongerepte natuur in. Op jacht naar een vis. De wilde steelhead. Voor diegenen die nog niet met deze mooie vis in aanraking zijn geweest: steelhead kan het best beschreven worden al een combinatie van een zeeforel, een regenboogforel met anabole steroïden en een stier. Eenmaal gehaakt, worden dan met kracht tientallen meters lijn en backing van de reel getrokken door de diverse runs die de steelhead kan maken. De knopen in de leader, de vaardigheid van de vliegvisser en zijn materiaal wordt beproefd door de meest bizarre en gracieuze capriolen die een wilde steelhead zowel boven als onder water kan uithalen. De bijnaam ‘acrobaat der zalmachtigen’ heeft deze vis met recht verdiend. Regelmatig is de vliegvisser getuige van een pijnlijke gebeurtenis, het slap vallen van zijn vliegenlijn en het zegevierende vertrek van de steelhead, zelfs de meest ervaren steelheadvisser overkomt dit. Het is dus niets om je voor te schamen. Integendeel, een dergelijke ervaring zet je er alleen maar toe aan om bij een volgende aanbeet nog meer op je hoede te zijn.

Vanaf half september tot eind oktober of zo, zijn de legendarische rivieren van het noorden van British Columbia het domein van deze gracieuze krachtpatser, waarvan sommigen de 30 ponds grens ruimschoots overschrijden. De Kispiox, Babine, Bulkley, Morice, Sustut en de Skeena zijn het rijk van de fel vechtende wilde steelhead. Van genoemde rivieren is het de Kispiox die de vliegvisser een serieuze kans biedt op een 30 ponder! Gevormd door het water van Swan Lake, stroomt deze rivier door ruim 150 ongerepte kilometers natuurschoon voordat deze uiteindelijk uitkomt in de machtige Skeena. Als je een echte, onvervalste ‘wilderness’ uitdaging zoekt als vliegvisser, dan is deze rivier de eerste keuze. De rivier kan ook zo af en toe flink hoog staan, met gekleurd water en is daardoor dan niet te bevissen. Zeker niet met een vliegenhengel. Maar ja, dat is het kenmerk van een ‘spate’ rivier. Maar met wat geluk en een juiste voorbereiding en doorzettingsvermogen, kan je ook de vangst van je leven hebben! De Babine loopt een stuk noordelijker en is eigenlijk alleen maar te bevissen met een raft.

                                                             De Babine ontspringt hoog in de bergen vanuit Babine Lake, het grootste natuurlijke meer van British Columbia, om uiteindelijk net als de Kispiox ook in de Skeena uit te monden. Een groot deel van de Babine stroomt door een natuurreservaat dat sinds 1999 de ongereptheid van de natuur in dit gebied met zijn bewoners zeker moet stellen. Er zijn een paar lodges die slechts 2 maanden per jaar open zijn voor steelheadvissers. Omdat de Babine in een echt afgelegen gebied ligt en de dieren zelden met mensen in contact komen, is de kans erg groot om daar otters te zien spelen of een veelvraat of beer met jongen tegen te komen. Nog noordelijker ligt de Sustut. Nog verder weg van de moderne wereld en eigenlijk alleen maar toegankelijk met een helikopter of een watervliegtuig. Hier openbaart de grootsheid van British Columbia zich pas echt. Zelden zal je hier een andere vliegvisser tegenkomen. Maar ja, daar moet je dan wel aardig diep voor in de buidel tasten. De meeste vissen arriveren hier ongeveer 2 weken later als in de Kispiox of Babine, maar het zijn wel prachtige prooien voor een droge vlieg die over het water scheert. Een stuk zuidelijker, nabij Houston (en dan niet dat Houston in Texas) gaat de Morice over in de Bulkley. Deze rivier biedt de vliegvisser wat meer mogelijkheden om grotere aantallen steelhead te vangen. Mede door de viskwekerij nabij Smithers. Ook de Bulkley mondt uiteindelijk in de Skeena uit. Een slordige 40% van alle steelhead die de Skeena optrekt elk jaar, trekken door naar het heldere water van de Bulkley en Morice om zich daar in de buurt voort te planten. Deze vissen kenmerken zich door hun lange, slanke vorm. De Bulkley stroomt kalm langs een flink aantal boerderijen en is goed toegankelijk voor beginnende steelheadvissers. Het te gebruiken materiaal moet tiptop in orde zijn, met hengels en lijnen vanaf #8 tot #10, zowel éénhandig als de voor sommige rivieren aan te bevelen tweehandige Speyrod. Wat drijvende lijnen en een aantal zinktiplijnen met verschillende gradaties zorgen ervoor dat aan bijna elk denkbaar scenario voldaan kan worden. Leadermateriaal in de 15-, 20- en 25 pond klasse en een goede waadbroek van neopreen of het steeds populair worden ademende Gore-tex, waadschoenen met viltzolen zijn absoluut onmisbaar, evenals een goed waterdicht waadjack. Verder heb je nog wat fleece truien, warmte onderkleding, je favoriete vispet of –hoed, 4 handen vol vliegen (groot, donker en op stevige haken zonder weerhaak gebonden) nodig en je kunt je steelhead avontuur beginnen!

Mijn steelhead avontuur begon in 1990 en duurt nog steeds voort. Eén van de mooiste momenten en een onvergetelijke ervaring in mijn leven. Sommige herinneringen blijven je voor altijd bij. Zo ook dit avontuur met goede resultaten, enkele steelheads en coho’s, wat cutthroat en een mooie Dolly Varden. De groep was zoals altijd verdeeld, één terreinwagen met 3 man ging die dag naar de Bulkley, de andere naar de Kispiox. Het had een paar dagen geregend waardoor het water redelijk hoog en wat theekleurig was. Maar nog wel bevisbaar. Een voordeel van hoog water is dat er altijd weer verse steelhead de rivier op trekt. Over de nadelen denk ik liever niet na. We besloten om naar een pool te gaan die in een Native Reserve ligt. De Gitksan First Nation wonen daar al eeuwen en kennen dat gebied als hun broekzak. Ooit had ik één van hen als gids ingehuurd, waardoor nu een enkele van ‘hun’ stekken ook in mijn geheugen gegrift staan. Vanaf het kamp was het een rit over een onverharde weg van ongeveer 20 minuten en dan een kilometer of 3 door redelijk onbegaanbaar terrein waar de 4x4 echt goed tot zijn recht komt. De laatste 500 meter moet te voet worden afgelegd. Omdat Sheldon, de gids van toen, mij verteld had dat er regelmatig beren in dat gebied zijn, waren we extra op onze hoede. De indiaanse naam van Sheldon is Lat’x Gwiikw. Hij is geboren en getogen in dat gebied en met ruim 8 jaar ervaring in de wildernis een zeer ervaren white water rafter en gids.

Nadat de hengel was opgetuigd, de leader was gecontroleerd en een Egg Sucking Leech, gebonden op haak 4, was bevestigd, wierp de vliegvisser de lijn zover mogelijk naar de overkant, wetende dat na een paar meter daar een grote steen net onder de oppervlakte moet liggen. Even de lijn menden waardoor de vlieg de gelegenheid krijgt om wat af te zinken en de stroom neemt de lijn netjes gestrekt stroomafwaarts mee. De drift is over en de vliegvisser laat de lijn nog een seconde of 30 op de stroom liggen. Regelmatig volgt de steelhead de vlieg om op het laatste moment zachtjes toe te happen. Dit keer echter niet. Een nieuwe worp volgt, op exact dezelfde plek want de vliegvisser weet uit ervaring dat die steen een ‘parkeerplek’ voor steelhead is. Weer neemt na het menden de stroom de lijn mee. Weer laat de vliegvisser na de drift de lijn nog een halve minuut rustig liggen terwijl hij de hengeltop een paar keer op en neer beweegt. De vliegvisser staat tot net boven de knieën in het water en de diepte waar de Leech zich nu moet bevinden kan niet meer zijn dan 50 cm en plotseling gebeurt het! Iets pakt woest de vlieg met een explosie in de wateroppervlakte. Het lijkt of er een stoeptegel in het water wordt gegooid. De vliegvisser zet de haak en samen beginnen ze het spel, aan de ene kant een steelhead en aan de andere kant een vliegvisser die meteen zijn hart in de keel voelt kloppen! De steelhead danst in de wateroppervlakte en maakt meerdere salto’s. De vliegvisser beweegt zich naar de oever, wetende dat hij zich daar sneller is dan in het water. Beiden trachten ze de ander te domineren, en de steelhead neemt een run van 30 meter stroomafwaarts, richting een gevaarlijke stroomversnelling. De vliegvisser weet dat hij de steelhead geen kans moet geven door die versnelling heen te gaan! Dan zou de vis niet meer over land te volgen zijn en is 150 meter backing echt te weinig. De vliegvisser zet de slip van de reel wat strakker en begint langzaam lijn binnen te draaien. Nog zo’n 60 meter backing. De steelhead schudt de kop en probeert zich van de vlieg te bevrijden door met zijn bek tegen stenen aan te zwemmen. De vliegvisser probeert haaks tegenover de steelhead te komen zodat hij de vis enigszins kan sturen. Eindelijk, ongeveer 200 meter stroomafwaarts van de plek waar de vis gehaakt is en 20 minuten later ziet de vliegvisser de steelhead. Het is een kersverse hen, een vrouwtje en prachtig zilver! De steelhead geeft het eindelijk op en gaat op de zij liggen. Nu is het moment voor de vliegvisser om de vis bij de staart te pakken, snel te ontdoen van de weerhaakloze vlieg, even te meten en trots iets op te houden voor een foto. De vis komt hierbij amper uit het water en zodra de vis tegen de stroom in wordt gezet, zwemt deze met enkele krachtige bewegingen van de massieve staart snel weg, alsof er niets gebeurd is. De vliegvisser moet echt enkele minuten bijkomen.